Als benjamin uit een gezin van acht kinderen heb thuis vooral de muziek van mijn broers en zussen beluisterd. Mijn vroegste muzikale herinnering is het luisteren naar Der Manni m Mond van Gus Backus. Als kleuter kon ik de pick-up van m’n broer bedienen. Totdat de eerste kras op het vinyl mijn de toegang tot het plaatje verboden werd.
Veel gezongen in het kinderkoor van de lagere school, waaronder verschillende malen een solo tijdens de nachtwake met kerst in de kerk. Evenzo als misdienaar vaak de tegenzang van meneer pastoor verzorgd.
Op de middelbare school (Isale College te Silvolde) gitaar leren spelen. Zonder les, maar eindeloos oefenen, samen met vrienden. Bij Brugman in Gaanderen de eerste eigen gitaar gekocht. Natuurlijk wel eens gespeeld tijdens schoolfeesten in een gelegenheids-schoolbandje.
Op de pedagogische academie Groen van Prinsterer, Koos Smit ontmoet. Met hem vaak samengespeeld (Let’s stick together (Ferry), Kiss me quick (Presley)). Twee gitaristen was minder handig, en omdat Koos veel beter gitaar speelde, ben ik gaan bassen. En daar ontdekte ik de wereld van het laag. Dienstbaar voor de rest, maar zo onmisbaar.
Ik heb me verder ontwikkeld in het spelen van de bas. Al snel kwam er een contrabas. Een aantal jaren les op de muziekschool tijdens mijn studententijd in Groningen, maakte alles nog interessanter.
Eerst een contrabas huren, totdat ik een triplex-bas kon aanschaffen. Inmiddels natuurlijk een volledig houten bas. |